Gear check | Een blik op de trends en technische keuzes in gravelraces

Door Rémi Groslambert -

  • Staff pick

  • Techniek

Gear check | Een blik op de trends en technische keuzes in gravelraces

Het Europese wedstrijdseizoen in het gravelen is weer begonnen! Bij de wedstrijd Santa Vall in het Spaanse Girona keken we onze ogen uit bij het zien van de fietsen van de profs of (zeer) goed uitgeruste amateurs. Deze fietsen zitten vol met verrassende en zelfs verdeeldheid zaaiende technische keuzes. Het bewijs dat de beoefenaar nog steeds op zoek is naar de juiste formule om te presteren. Bestaat er wel één goede formule? Waarschijnlijk niet, en dat is maar goed ook. Dit viel ons op aan de banden, aandrijvingen en cockpits van de renners:

Op 15 en 16 februari jongstleden vond in het Spaanse Girona de tweedaagse gravelrace Santa Vall plaats, de start van het nieuwe gravelseizoen in Europa. Het deelnemersveld wordt er elk jaar groter en groter, en deze editie was daarop geen uitzondering. Gravelspecialisten, profwielrenners, mountainbikers, voormalige wielertoppers of jonge gepensioneerden vormden het diverse deelnemersveld. Er stonden enkele grote namen aan de start zoals Greg Van Avermaet (olympisch kampioen op de weg in Rio in 2016), Annika Langvad, Vincent Luis (triatlonspecialist), Hugo Drechou, Payson McElveen, Nathan Haas, Petr Vakoc, Daan Soete, Jasper Ockeloen, Andreas Seewald, Luis Leon Sanchez, Thomas De Gendt, … Allemaal namen die de afgelopen 10 jaar hun stempel hebben gedrukt op verschillende wielerdisciplines. Als we hun fietsen wat beter bekijken, ontdekken we een aantal eigenaardigheden die sterk verschillen van de fietsen die op de markt verkrijgbaar zijn en bedoeld zijn voor het grote publiek.

Gravel is een jonge discipline en de competitieve beoefening ervan is nog jonger. Het is een vakgebied met een zo breed spectrum aan toepassingen dat het voor fabrikanten moeilijk is om iets te bieden dat iedereen tevreden stelt. Van tochtrijders tot bikepackers, van forenzen tot wielrenners: het is lastig om specifieke behoeften in kaart te brengen. We zien geleidelijk een splitsing in het aanbod van gravelfietsen: fietsen die meer gericht zijn op comfort en vrijetijdsgebruik, zoals de CheckPoint bij Trek, de Diverge bij Specialized of de Stigmata bij Santa Cruz, en fietsen die meer gericht zijn op prestaties en competitie, zoals de Checkmate bij Trek, de Silk bij Megamo of de Addict bij Scott. Om aan de wereldwijde vraag te kunnen voldoen, beschikken laatstgenoemde modellen echter over onderdelen die bestemd zijn voor het grote publiek. Hier, tijdens de Santa Vall, zien we een aantal interessante aanpassingen die alleen zijn voorbehouden aan mensen die op hoog niveau gravelen.

Wielen en banden

Wat het eerst opvalt, is het onderstel. We zien hoge velgen ter bevordering van de inertie en aerodynamica (hier komen we later op terug) en brede banden … heel brede banden! De meeste fietsen op de markt worden verkocht met banden van 40 of 45 mm breed. Hier zien we banden tot … 2.4 inch (61 mm).

De hoofdprijs gaat naar Hugo Drechou die Hutchinson Python Race-banden van 2.4 inch (een mountainbikeband) gebruikt op zijn Pinarello gravelbike. Hij moest overigens de zijnoppen bijsnijden zodat het achterwiel in zijn frame zou passen. Mountainbikebanden? Zijn 700c en 29 inch dan geen twee verschillende waarden? Deze komen inderdaad overeen met de buitendiameter van de band. 700c gravel-/racewielen en 29 inch MTB-wielen hebben dezelfde binnendiameter (622 mm), het is dus in principe mogelijk om mountainbikebanden op gravelwielen te monteren en vice versa (uiteraard met inachtneming van enkele regels).

Over MTB-banden gesproken, we merken dat de Continental RaceKing 2.2 erg populair is onder de renners.

Ook de Schwalbe Thunder Burt 2.10 zien we vaak. Over het algemeen zijn de geselecteerde profielen, of het nu om mountainbike- of gravelbanden gaat, heel, heel, heel glad. Het is duidelijk dat de rolweerstand door de renners nauwkeurig wordt onderzocht. Ook valt op dat de breedte van de band weinig invloed heeft op het rendement van de band, in tegenstelling tot de noppen van de band. Een band met een groot volume zal de oneffenheden van het terrein eerder absorberen dan dat hij wordt afgeremd door de oneffenheden van gravelwegen.

Aandrijvingen

Een tweede interessante observatie zijn de gebruikte tandwielen! Terwijl de reguliere markt zich vooral richt op enkele kettingbladen, zien we hier een behoorlijk aantal dubbele kettingbladen. Er zijn veel redenen (meer over dit onderwerp in dit artikel: Dossier | Kies je voor 1×11 of 2×11 op je gravelbike?). Ten eerste kan je een cassette gebruiken met minder grote schakelstappen, zodat je een optimale trapcadans kunt bereiken.

Een tweede reden zijn de enorme snelheidsverschillen tijdens de wedstrijd. Zo zijn de eerste kilometers van de tweede etappe van de Santa Vall vooral vlak en geasfalteerd, waardoor de kopgroepen snelheden van ruim boven de 50 km/u halen. Het tweede gedeelte bevat daarentegen veel steile en technische singletracks waar de snelheid zakt tot rond de 10 km/u. Daarom dat een dubbel kettingblad zeer gewenst is. Ze worden hier vaak vervolledigd met racefietscassettes, terwijl voor de massamarkt vaak mountainbikecassettes worden gebruikt.

De renners die toch voor een enkelvoudig kettingblad opteerden, kozen niet voor een exemplaar van 40 of 42 tanden die doorgaans als originele uitrusting worden verkocht. We zagen kettingbladen met 44, 46, 48 of zelfs 50 tanden! De snelste renners werken deze wedstrijden af aan een hoog gemiddelde van meer dan 33 km/u. Het is daarom essentieel om een ​​redelijk grote overbrengingsverhouding te hebben om een ​​goede kettinglijn te bekomen en vooral om op de snelste stukken goed mee te kunnen. Het is opmerkelijk dat bijna alle fietsers een vermogenssensor gebruiken, hetzij in het crankstel, hetzij in de pedalen.

De pedalen

Het is altijd leuk om te proberen te raden uit welke discipline de deelnemers komen, door alleen hun uitrusting te analyseren. Dit is vrij eenvoudig bij zij die oorspronkelijk uit het wegwielrennen komen: de meesten geven er immers de voorkeur aan om hun racefietspedalen te behouden. Dat lijkt op het eerste gezicht misschien vreemd, maar als je erover nadenkt, zijn er in deze gravelraces nauwelijks of geen stroken waar je te voet moet klauteren. Noppen onder de schoenzool zijn daarom niet noodzakelijk. Het is dan ook meer een kwestie van gewoonte, met als bijkomend voordeel een groter steunoppervlak, een iets kleinere stack en een betere aerodynamica.

De aerodynamica

Wat waren we verrast toen we zagen hoeveel belang er werd gehecht aan aerodynamische verbeteringen. Hoge velgen, een geoptimaliseerde zitpositie, specifieke helmen, overschoenen, een smal stuur, lange en zeer lage stuurpennen, niets werd aan het toeval overgelaten …

Kijk maar eens naar de winnaar, de Deen Magnus Bak Klaris: hij gebruikte 50 mm hoge velgen, een 38 cm breed stuur van het merk Polymer en een 120 mm lange stuurpen met een negatieve hoek en zonder spacer boven het balhoofd. Magnus droeg ook ​​een volledig gesloten Sweet Protection-aerohelm, een aero-fietspak en aerosokken.

We zagen zelfs 80 mm hoge velgen, kolossaal!

Bij de frames zagen we dat de voorkeur ging naar exemplaren die op prestaties gericht zijn. Dit zijn frames die direct reageren op de input van de pedalen, met een agressieve zitpositie (vooraan op de fiets, enigszins gestrekt) en soms zelfs een verbeterde aerodynamica. Geen veringen dus, en in het algemeen wordt er op die frames ook weinig gezocht naar comfort. Deze fietsen liggen mijlenver van de gravelbikes die worden ingezet bij het bikepacken of avontuurlijke tochten. Het rendement is duidelijk de prioriteit voor de renners.

Een kleine teleurstelling was dat we geen druksensoren zagen. We weten dat deze apparaten door sommige professionele wegploegen worden gebruikt, vooral tijdens races met kasseien of onverharde stroken. We zagen ook geen tubes, zelfs niet bij de weinige veldritadepten die aanwezig waren. Hoewel tubeless uiteraard door alle deelnemers wordt omarmd, kozen sommigen ervoor om tire noodles te monteren om het risico op lekke banden te beperken. Deze hebben als voordeel dat je met een lagere druk kan rijden en er zo meer comfort en grip ontstaat. Gezien de snelheden die de deelnemers halen en het ruige terrein van Noord-Spanje kan dit een groot voordeel zijn, maar gezien de geringe hellingsgraad is het niet per se een nadeel.

Het is natuurlijk geen verrassing dat de verwachtingen van de profs vaak afwijken van die van de ‘gemiddelde’ beoefenaar en de commerciële gravelbikes. Toch is het altijd opwindend om een ​​discipline in volle ontwikkeling te zien. De wedstrijd fungeert als een laboratorium en sommige experimenten die daar worden uitgevoerd, vinden soms hun weg naar het grote publiek. Welke van deze trends verdienen volgens jou ook een plaats op jouw gravelbike? 

Door  Rémi Groslambert